De kwetsbare verdachte en zijn recht op effectieve participatie in het gemoderniseerde strafproces

  • Abstract
  • Literature Map
  • Similar Papers
Abstract
Translate article icon Translate Article Star icon
Take notes icon Take Notes

Kwetsbare verdachten in het gemoderniseerde strafproces Op Europees en nationaal niveau bestaat er groeiende aandacht voor de zogenoemde ‘kwetsbare verdachte’. Dit zijn verdachten met beperkte of onvolkomen capaciteiten, welke kenmerken hen kwetsbaar maken in het strafproces. Het kan daarbij onder andere gaan om verdachten met een psychische stoornis of verstandelijke handicap, maar ook om verdachten met een fysieke beperking. Deze verdachten kunnen moeite hebben met het begrijpen van en deelnemen aan hun strafproces. In het gemoderniseerde Wetboek van Strafvordering is in artikel 6.1.50 t/m 6.1.52 een (vernieuwde) regeling opgenomen, op grond waarvan maatregelen kunnen worden getroffen waarmee de gebreken van een kwetsbare verdachte mogelijk gecompenseerd kunnen worden. De memorie van toelichting geeft aan dat met deze vernieuwde regeling getracht wordt beter aan te sluiten bij de Europese kaders over kwetsbare verdachten. In deze bijdrage staat daarom centraal in hoeverre deze gemoderniseerde regeling het Europese beschermingsniveau voor kwetsbare verdachten bereikt, welke knelpunten daarbij nog bestaan en welke aanbevelingen kunnen worden aangedragen.

Similar Papers
  • Research Article
  • 10.63379/0cy90238
Motivatie pabostudenten voor het doen van onderzoek
  • Oct 1, 2023
  • Tijdschrift voor Lerarenopleiders
  • Jan Kaldeway + 2 more

Onderzoek doen is intussen een gangbaar onderdeel op lerarenopleidingen. Maar studenten aan lerarenopleidingen kiezen primair voor het beroep en niet voor de rol van onderzoeker. Het is dan ook de vraag in welke mate leraren in opleiding gemotiveerd zijn voor onderzoek doen. Meer specifiek gaat het daarbij om de wenselijkheid van een positieve houding ten aanzien van onderzoek doen (intrinsieke motivatie). De vraag is in hoeverre intrinsieke motivatie van belang is voor de kwaliteit van het onderzoek en in bredere zin voor het ontwikkelen van een onderzoekende houding op langere termijn. Vervolgens is het de vraag in welke mate factoren als competentiegevoel, docent-student-relatie en feedback bijdragen aan de intrinsieke motivatie van studenten. De motivatie voor onderzoek doen in de afstudeerfase is nagegaan bij de opleiding leerkracht basisonderwijs (pabo) van de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). Uit de gegevens blijkt dat de motivatie voor de kwaliteit van het onderzoek er niet toe lijkt te doen: of de pabostudenten meer intrinsiek of meer extrinsiek gemotiveerd zijn, maakt voor de eindbeoordeling weinig uit. Wel speelt de intrinsieke motivatie een belangrijke rol als het gaat om de intentie om ook na de opleiding nog onderzoeksmatig actief te zijn. Het onderzoek biedt aanknopingspunten voor het begeleiden van onderzoek van studenten op de pabo. De intrinsieke motivatie blijkt samen te hangen met het competentiegevoel en positief te worden beïnvloed door een ondersteunende begeleidingsstijl. Ook feedback, met name concrete en algemene suggesties voor verbetering van het onderzoek, versterkt de intrinsieke motivatie.

  • Research Article
  • 10.61431/202418558
Gepersonaliseerde preventieve Jeugdgezondheidszorg, de 360°KIND-profiel studies
  • Mar 5, 2024
  • JGZ Tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg
  • Miriam Weijers

Deze proefschrift bespreking beschrijft het longitudinaal onderzoek dat is uitgevoerd in het kader van de ontwikkeling en evaluatie van een innovatief 360°KIND-profiel. Het doel was te komen tot een adequate representatie van een gezondheidssituatie van een kind met theoretische ordening van data in lijn met het bio-psychosociale (BPS) concept van gezondheid en het classificatiesysteem dat hierop is gebaseerd: “the International Classification of Functioning, Disability and Health” (de ICF). Het 360°KIND-profiel is specifiek onworpen om optimaal het preventief klinisch redeneren en gezamenlijke besluitvorming te ondersteunen, evenals het streven naar een gepersonaliseerde JGZ met, naast preventie van gezondheidsproblemen, ruime aandacht voor predictie en pro-actieve bevordering van gezondheid, personalisatie van zorg met actieve participatie van zorggebruikers.
 Relevante stakeholders zijn gedurende het hele traject actief betrokken om een prototype te realiseren dat zo goed mogelijk past binnen de JGZ-context. 
 Het opgeleverde 360°CHILDoc biedt directe toegang tot een begrijpelijk overzicht van relevante gezondheidsdata in één beeld. Veelbelovende resultaten zijn gevonden omtrent de validiteit, betrouwbaarheid, bruikbaarheid en potentiele voordelen voor de JGZ-praktijk. JGZ-professionals en ouders verwachten dat het tijdbesparend is en op een bekrachtigende wijze een overdracht van holistische JGZ-informatie faciliteert. Het maakt online toegang tot een samenvatting van het DDJGZ mogelijk voor ouders/jongeren. Het ondersteunt het preventief klinisch redeneren en en gezamenlijke besluitvorming en stuurt denkprocessen intuïtief (onbewust) in lijn met de ICF en een meer predictieve, persoonsgerichte en participatieve zorg. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat het werken met het 360°CHILDoc stimuleert tot meer consistente en gestructureerde JGZ-dataregistraties zodat bruikbare data op populatieniveau gegenereerd kunnen worden.
 Echter, implementatie wordt gehinderd door substantiële organisatorische factoren, gerelateerd aan het huidige DDJGZ, een ervaren tijdgebrek en onvoldoende prioritering en facilitering van dit innovatieproject. Versterking van zowel de ”bottom-up”-draagkracht voor de innovatie als de “top-down” daadkracht op regionaal en landelijk niveau is essentieel voor een succesvolle implementatie.

  • Research Article
  • 10.5553/oenf/157012472024032003004
Een goederenrechtelijke verwijzingsregel voor crypto-assets?
  • Sep 1, 2024
  • Onderneming en Financiering
  • L.F.A Welling-Steffens

Een goederenrechtelijke verwijzingsregel voor crypto-assets? Waarom makkelijk doen als het moeilijk kan? Het internationaal privaatrecht (IPR) met betrekking tot de digitale wereld in het algemeen, en crypto-assets in het bijzonder, staat volop in de belangstelling. In dit artikel wordt met name ingegaan op de mogelijke IPR-regels voor de goederenrechtelijke aspecten van de overdracht van, en het vestigen van zekerheidsrechten op, crypto-assets. Daarbij stellen het a-nationale, virtuele en decentrale karakter van crypto-assets en de verschillende functionaliteiten van crypto-assets het IPR voor een nieuwe uitdaging. Het doel van dit artikel is niet om in detail elke goederenrechtelijke vraag, die ten aanzien van een bepaald soort crypto-asset gesteld kan worden, uit te werken voor het IPR. Het gaat met name om de vraag of het in het Nederlandse IPR bestaande arsenaal goederenrechtelijke verwijzingsregels toegepast kan worden op crypto-assets of op zijn minst tot inspiratie kan dienen voor de ontwikkeling en formulering van Nederlandse verwijzingsregels voor de goederenrechtelijke aspecten van crypto-assets. Uit de analyse blijkt dat er, afgezien wellicht van een rechtskeuzemogelijkheid, niet een one size fits all goederenrechtelijke verwijzingsregel kan worden geformuleerd. ‘Crypto-assets’ is een veelomvattende benaming en niet alle in omloop zijnde crypto-assets kunnen over één kam worden geschoren, ook niet in het IPR. Wel kan er een goederenrechtelijke verwijzingsregel worden geformuleerd in de vorm van een watervalbepaling. De auteur komt aan het eind van het artikel met een voorstel voor een dergelijke regel.

  • Research Article
  • 10.54431/jsi.808
Iedereen doet alles.  Een blik op de competenties van  GGZ-professionals in een context van deïnstitutionalisering
  • Jul 11, 2024
  • Journal of Social Intervention: Theory and Practice
  • Jürgen Magerman + 3 more

De paradigmashift van een institutionele geestelijke gezondheidszorg naar meer gemeenschapsgerichte zorg geënt op een herstelgerichte visie hertekent het landschap van de geestelijke gezondheidszorg. Dit impliceert dat de rol, competenties en vaardigheden waarover hulpverleners beschikken eveneens moeten evolueren. Ook de beroepsidentiteiten dreigen te eroderen gezien er meer gekozen wordt voor transdisciplinaire werkvormen. Met dit onderzoek willen we nagaan welke competenties leidinggevenden uit uiteenlopende settings binnen de geestelijke gezondheidszorg noodzakelijk achten voor basiswerkers om in deze nieuwe geestelijke gezondheidsstructuren te werken. Ook wensen we te exploreren wat volgens leidinggevenden en experten de rol van de beroepsidentiteit nog is in deze structuren. 27 participanten bestaande uit 23 leidinggevenden uit drie Belgische GGZ-regio’s en vier experten werden via semigestructureerde interviews bevraagd welke competenties zij als noodzakelijk zien. De ad verbatim getranscribeerde interviews werden via de principes van een inhoudsanalyse geanalyseerd. Zelfsturende organisatievormen sluiten beter aan bij de realiteit van het werkveld. De leidinggevenden benadrukken nieuwe generieke competenties die nodig zijn bij de vermaatschappelijking zoals zelfsturing en netwerking. Beroepsspecificiteit blijft een belangrijke rol spelen, maar is moeilijker benoembaar. Dit uit zich niet in het toekennen van specifieke competenties aan een specifieke beroepsgroep, wel in de blikrichting die deze beroepsgroep heeft, gekleurd door de gehanteerde theoretische kaders.

  • Research Article
  • 10.63379/94v7bq55
Gedifferentieerd evalueren in de lerarenopleiding
  • Mar 15, 2022
  • Tijdschrift voor Lerarenopleiders
  • Indra Beunckens

In het kader van maximale ontwikkelingskansen is differentiatie één van de speerpunten van het strategisch beleidsplan van Hogeschool PXL. In dit praktijkvoorbeeld wordt beschreven hoe de docenten van Hogeschool PXL door middel van een professionaliseringstraject komen tot gedifferentieerde summatieve evaluatie. Het uitgangspunt daarbij is: in een gedifferentieerde evaluatie blijven de leerdoelen en de criteria waarmee de leerdoelen geëvalueerd worden dezelfde over verschillende evaluatievormen heen (Tomlinson & Moon, 2013). Met verschillende evaluatievormen beoogt men bij de beoordeling in te spelen op de interesse, de leerstatus en/of het leerprofiel van de studenten (Coubergs et al., 2013). Het doel is om de evaluatiepraktijk beter te doen aansluiten bij de eigenheid, mogelijkheden en behoeftes van de individuele studenten zodat ze maximaal de kans krijgen om hun competenties te tonen. Aan de hand van de vier fasen van appreciative inquiry hebben docenten van PXL-Education secundair gedurende vier maanden een gedifferentieerde summatieve evaluatie ontwikkeld voor één van hun opleidingsonderdelen. Het traject gaf de deelnemers ruimte om de eigen evaluatie kritisch onder de loep te nemen en hierover (vakoverschrijdend) collegiaal overleg te voeren. De ontwikkelde gedifferentieerde summatieve evaluaties zijn vanaf academiejaar 2021-2022 geïmplementeerd in de lerarenopleiding met een bereik van een 400-tal studenten.

  • Research Article
  • 10.5553/tbsenh/229567002025011001005
Een risicovolle nuancering van asbestverdachtheid
  • Feb 1, 2025
  • Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving
  • B De Meer

Een risicovolle nuancering van asbestverdachtheid. Annotatie bij hof Amsterdam 1 augustus 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2166 Na de Tweede Wereldoorlog is in Nederland op grote schaal gebruikgemaakt van asbesthoudende materialen in de bouw, waaronder ook in de woningbouwsector. In dit arrest komt het hof Amsterdam tot vrijspraak van een verdachte die voor de verwijdering van een asbesthoudende dakkapel uit de jaren tachtig niet een asbestinventarisatierapport heeft laten opmaken. Daarnaast nuanceert het gerechtshof de asbestverdachtheid van woningen die zijn gebouwd vóór 1994. Dat laatste lijkt niet alleen juridisch onjuist, maar kan mogelijk ook nadelige gevolgen hebben voor de handhaving van het Asbestverwijderingsbesluit en daarmee de volksgezondheid.

  • Book Chapter
  • 10.54195/fhyo8418_ch10
10. De macht van verbeelding: Meritocratische vorming en de beeldende rol van de school
  • Apr 2, 2025
  • Roel Kuiper

Dit hoofdstuk bespreekt de invloed van meritocratische idealen op de sociale beeldvorming op scholen en de socialisatie van leerlingen. Scholen ondergaan de invloed van de samenleving en (neo)liberaal onderwijsbeleid. Er is een accent komen te liggen op meetbare prestaties, individuele leeropbrengsten en verdiend maatschappelijk succes. Hierbij horen social imaginaries, voorstellingen van een geslaagd leven. Scholen moeten zich hiervan bewust worden. Op basis van hun eigen identiteit kunnen ze de regie nemen over beelden die de school op jongeren wil overdragen en alternatieven ontwikkelen voor de meritocratische beeldvorming. Christelijke scholen kunnen invulling geven aan hun ‘beeldende’ rol door zich voor te stellen wat de navolging van Christus betekent voor de voorstelling van een bestaan met anderen in de wereld en de socialisatie van leerlingen.

  • Single Book
  • 10.21827/6683ecc7520f9
Extern toezicht op hetopenbaar ministerie
  • Jan 1, 2024
  • Rolf Hoving

Naar aanleiding van een oproep van de Tweede Kamer om het toezicht op het OM aan te scherpen, liet minister Grapperhaus in 2020 weten dat het toezicht zou worden verruimd en geïntensiveerd. Daartoe wordt de taak van de procureur-generaal bij de Hoge Raad (PGHR) uitgebreid. Het is een vorm van extern toezicht, dat wil zeggen onafhankelijk toezicht gehouden door personen of organisaties buiten het strafrechtelijke systeem, zoals PGHR, de Nationale ombudsman of de Autoriteit Persoonsgegevens. Toezicht op het OM heeft als doel bij te dragen dat het OM minder fouten maakt, dat het de wetten en regels beter uitvoert en daarmee de rechtsorde strafrechtelijk beter handhaaft. Binnen de leerstoel ‘Toezicht op strafvorderlijk overheidsoptreden’ doet Rolf Hoving onderzoek naar hoe toezicht er aan kan bijdragen dat de organisaties die zich bezig houden met de opsporing en vervolging van strafbare feiten, zoals de politie en het OM, zo goed mogelijk hun werk doen. Daarbij is het interessant dat het OM een magistratelijke organisatie is die ook zelf een taak heeft bij de handhaving van de (straf)wet. Mede hierdoor heeft het toezicht op het OM een ander karakter dan het toezicht op bijvoorbeeld banken, ziekenhuizen of scholen. Uit onderzoeken van externe toezichthouders blijkt het OM soms fouten maakt bij de uitvoering van zijn taken. De toezichthouders doen aanbevelingen om die fouten te voorkomen. Vaak worden deze aanbevelingen door het OM opgevolgd. Maar niet altijd leidt het toezicht tot gedragsverandering. In de oratie gaat Hoving in op enkele verklaringen daarvoor.

  • Research Article
  • Cite Count Icon 8
  • 10.18352/jsi.431
De ontwikkeling van een met onderzoek onderbouwde methodiek voor het meidenwerk
  • Mar 22, 2016
  • Journal of Social Intervention: Theory and Practice
  • Judith Metz

De ontwikkeling van een met onderzoek onderbouwde methodiek voor het meidenwerk

  • Research Article
  • 10.63379/bqbhvf94
Ook in samenwerking toont zich de meester
  • Oct 1, 2023
  • Tijdschrift voor Lerarenopleiders
  • Annemarie Melisse + 1 more

In dit artikel delen lerarenopleiders Annemarie Melisse en Aron Borger hun ervaringen met het inzetten van de methodiek Lesson Study (LS) als vakdidactisch praktijkonderzoek op de educatieve masteropleiding geschiedenis. Waar het praktijkonderzoek voorheen een struikelblok vormde voor studenten omdat het onvoldoende leek aan te sluiten bij de lespraktijk, werd getracht om middels LS beter aan te sluiten bij de dagelijkse praktijk van de studenten. Voor de lerarenopleiders betekende dit een omslag in het begeleiden van het onderzoek. Deze omslag ging gepaard met twijfels over de aansluiting bij het masterniveau. Bewerkstelligde de nieuwe methodiek LS wel een ‘masterwaardige’ onderzoekshouding als onderdeel van het onderzoekend vermogen bij de studenten? Deze onzekerheid werd grotendeels gevoed door de, voor de lerarenopleiders, bekende kaders van een vakdidactisch praktijkonderzoek: het klassieke beeld dat een student zelfstandig een onderzoekscyclus doorloopt en op een vakgroep- of op organisatieniveau een vraagstuk onderzoekt. Dit artikel, een ervaringsverslag als het ware, is niet alleen een zoektocht naar het op masterniveau kunnen implementeren van LS als een vakdidactisch praktijkonderzoek, maar ook een omdenken vanuit de masteropleiding hoe een praktijkonderzoek er ‘anders’ uit kan zien. Na het schetsen van de verlegenheid van dit verkennend onderzoek van de lerarenopleiders en de daaruit voortvloeiende praktijkvraag, wordt de lezer meegenomen in een registratie van de moduleopzet, de methodiek en de instrumenten die ingezet werden om het masterniveau te onderzoeken. De eerste resultaten en conclusies worden in het slotdeel van dit artikel besproken; eveneens is er een discussiedeel opgenomen.

  • Research Article
  • 10.63379/zvxyks37
Alles op orde? De Virtual Reality kleuterklas in de opleiding tot leraar basisonderwijs
  • Mar 5, 2025
  • Tijdschrift voor Lerarenopleiders
  • Symen Van Der Zee + 3 more

Klassenmanagement is een belangrijke en tegelijkertijd complexe opgave, zeker voor aanstaande en beginnende leerkrachten. Dat negatieve ervaringen met leerlinggedrag en ordeproblemen zorgen voor uitstroom van startende leraren uit het beroep, is gegeven het toenemende tekort aan leraren buitengewoon zorgelijk. Lerarenopleidingen dienen aanstaande leraren de kennis en vaardigheden aan te leren die nodig zijn voor goed klassenmanagement. Een relatief nieuwe manier om klassenmanagementvaardigheden te trainen, is door middel van Virtual Reality (VR). VR heeft hiervoor veel potentie. Het maakt nieuwe complexe situaties toegankelijk, stimuleert actief observeren en handelen en biedt de mogelijkheid tot doelbewuste oefening om competenties te ontwikkelen. Bij de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) is een interactieve en realistische VR-kleuterklas ontwikkeld waar studenten in een kringsituatie veilig kunnen oefenen en experimenteren met geleerde klassenmanagementstrategieën. In deze bijdrage doen we verslag van een innovatieproject gesubsidieerd door SURF, waarin Thomas More Hogeschool, Saxion en Christelijke Hogeschool Ede de bij de RUG ontwikkelde VR-kleuterklas hebben ingezet in hun curricula. Er wordt ingegaan op de ervaringen ermee en de ‘lessons learned’. Tot slot worden concrete aanbevelingen gedaan richting andere lerarenopleidingen basisonderwijs voor de inzet ervan in het onderwijs.

  • Research Article
  • 10.5553/mvv/157457672024034001001
Methoden van contractsuitleg
  • Feb 1, 2024
  • Maandblad voor Vermogensrecht
  • P.S Bakker

Methoden van contractsuitleg. Bespreking van het proefschrift van mr. A.M.M. Hendrikx Anne Hendrikx promoveerde op 20 juni 2023 te Leiden op het proefschrift Methoden van contractsuitleg. Een model voor de uitleg van een overeenkomst . Dit boek heeft de uitleg van overeenkomsten tot thema en vormt het onderwerp van bespreking van deze recensie. Naast lof voor het resultaat ziet de auteur ook ruimte voor enige kritische kanttekeningen bij het proefschrift.

  • Research Article
  • 10.5117/mab.99.135758
Beïnvloeden generatieverschillen het belang van sociale waarden bij de keuze voor het accountantsberoep?
  • Mar 19, 2025
  • Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie
  • Kim Hutten + 1 more

Dit exploratieve onderzoek is gericht op de sociale motieven van Nederlandse accountants om voor het accountantsberoep te kiezen. Een belangrijke vraag in deze context is: hoe worden deze motieven mogelijk beïnvloed door generatieverschillen? De resultaten zijn niet alleen van belang om te begrijpen waarom accountants kiezen voor het accountantsberoep. Ze laten eveneens zien wat de veranderende motieven en verwachtingen betekenen voor de aansturing van verschillende generaties in de accountantspraktijk. Op basis van literatuuronderzoek zijn in dit onderzoek hypothesen geformuleerd over de verschillen in sociale waarden tussen generaties (X, Y en Z). De hypothesen zijn getoetst door middel van een survey onder accountants die werkzaam zijn (geweest) binnen de Nederlandse controlepraktijk. Uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van een significant verschil tussen generatie X en Z in het belang van sociale waarden op het moment van hun keuze voor het accountantsberoep.

  • Research Article
  • 10.63379/xp1q6478
Een beroepsbeeld als verbindend narratief in de context van Samen Opleiden
  • Dec 12, 2024
  • Tijdschrift voor Lerarenopleiders
  • Tamara Van Woezik + 3 more

Dit artikel beschrijft het ontwikkelproces van een Beroepsbeeld voor de academische leraar, dat een belangrijke rol bleek te vervullen in de samenwerking tussen lerarenopleidingen en stakeholders. Bijzonder aan dit proces is dat alle stakeholders van bij het begin betrokken waren, in het bijzonder de opleidingsscholen en de faculteiten van de Radboud Universiteit. Naast de ontstaansgeschiedenis wordt ook de opbouw van het Beroepsbeeld nader toegelicht. In de analyse van het proces worden drie belangrijke thema’s geïdentificeerd: (1) de waarde van een narratief beroepsbeeld als boundary object in het Samen Opleiden; (2) de opkomst van het holistische narratief in het curriculum van de lerarenopleiding; en (3) het belang van de academische invulling van het beroepsbeeld. Ten slotte wordt ingegaan op de twee lessen die uit dit proces getrokken kunnen worden: (1) het beroepsbeeld speelt een belangrijke rol bij de bewustwording van studenten over de rijkdom van het lerarenberoep en (2) het gezamenlijke ontwikkelproces is minstens zo belangrijk als de uitkomst zelf.

  • Book Chapter
  • 10.36254/978-90-8850-401-3.12
De maatschappelijke taak van de kinderopvang
  • Jan 1, 2013
  • Anja Hol + 1 more

In dit hoofdstuk plaatsen de auteurs het oefenen van een democratische houding in het kader van de maatschappelijke taak van de kinderopvang. Die taak krijgt – naast de economische en de pedagogische functie – veel aandacht in de sector. Zo boog een groep van betrokken mensen uit de kinderopvangsector zich over de pedagogische en maatschappelijke opdracht die de samenleving aan de kinderopvang stelt. Deze Initiatiefgroep Context Kinderopvang stelde een manifest op waarin staat dat kinderopvang bijdraagt aan de ontwikkeling van kinderen tot evenwichtige leden van de samenleving en aan de opvoeding van kinderen tot democratische burgers. Kinderen hebben – naast het recht op zorg en bescherming – ook recht op deze maatschappelijke voorbereiding. De kinderopvang is volwaardig opvoedpartner in de driehoek gezin-school-kinderopvang en biedt kinderen een veilige plek om zich te ontplooien, hun voorkeuren te ontdekken en zich sociaal te ontwikkelen. Het is de maatschappelijke opdracht van de kinderopvang om in de opvoeding aandacht te besteden aan het algemeen belang, om de grondbeginselen van de democratie veilig te stellen. Hoewel de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van kinderen primair ligt bij hun ouders, hebben ook andere volwassenen om het kind heen hierin hun taak. Omdat meer dan 90 procent van de kinderen gebruikmaakt van een vorm van formele kinderopvang, heeft de kinderopvang een verantwoordelijkheid tegenover ouders, kinderen en maatschappij. Die krijgt vorm in een volwaardige vervangende opvoedomgeving die ouders in staat stelt te werken en hen waar nodig steunt of adviseert bij de opvoeding. Kinderen vinden in kindercentra een veilige omgeving waar ze verbindingen kunnen aangaan met anderen en leren deelnemen in een democratische leefgemeenschap. Kindercentra opereren hierbij niet solistisch, maar in hun lokale en regionale context en in samenwerkingsverbanden met bijvoorbeeld onderwijs en jeugdzorg.

Save Icon
Up Arrow
Open/Close
  • Ask R Discovery Star icon
  • Chat PDF Star icon

AI summaries and top papers from 250M+ research sources.